'Mariakaakje'
Het eerste deel van dit gebaar is ontleend aan een gebaar van de Trappister monniken van het klooster 'Maria toevlucht' in Zundert.
Deze orde kende tot voor kort nog een zwijgplicht. Om toch met elkaar te kunnen communiceren ontwikkelden zij een gebarentaal.
In de Nederlandse Gebarentaal bestond nog geen gebaar voor de Heilige Maagd, zodat deze van de Trappisten werd overgenomen.
Dit gebaar maak je door een vlakke hand bij je duim langs je voorhoofd te halen.
Waarschijnlijk verwijst dit gebaar naar de omslagdoek van Maria, die over haar voorhoofd loopt.
In het tweede deel van het gebaar voor 'Mariakaakje' maak je van je duim en je wijsvinger een halve cirkel.
Die houd je in de breedte voor je mond. Zo geef je aan dat het om een koekje gaat.
Rol de cursor over de foto om het gebaar te zien.